Open brief aan Greta Thunberg

Open brief aan Greta Thunberg

Lieve Greta,

Je hebt heel wat te verduren gekregen na je toespraak op de klimaattop van de Verenigde Naties. Ik weet niet voor wat voor soorten vis je allemaal bent uitgemaakt, maar verse zat er niet tussen. Troost je, het zijn (voornamelijk) zure oude mannen, die het niet kunnen verkroppen dat hen de les wordt gelezen door een meisje van zestien. Toegegeven, het kan ook zijn dat je ze afschrikt door de gezichten die trekt bij het uitspreken van je boodschap. Maar serieuze, volwassen mensen zouden daar toch doorheen moeten kunnen kijken.

Ik wil je wel één ding ter overweging meegeven: die zure oude mannen zijn vroeger ook jong geweest en de meeste van hen hebben in hun jeugd ook idealen gehad. Idealen blijken vaak te verwateren en ingeruild te worden voor meer praktische doelen. Ik ben zo bang dat dat bij jou ook zal gebeuren, Greta. Daarom waarschuw ik je nu alvast. Ook jij krijgt straks waarschijnlijk een goed betaalde baan, waarin je veel minder omvattende belangen hebt dan het voortbestaan van de aarde en de mensheid. Of erger nog, misschien ga je wel de politiek in. Bestaat je werk er straks uit om compromissen te sluiten met mensen die het uitsterven van diersoorten en het welzijn van onze planeet een worst zal wezen. Ik hoop het niet, maar als ik naar mezelf en mijn vrienden van vroeger kijk: we waren allemaal in meer of mindere mate idealisten. En nu, tja… Gelukkig is het nu nog niet zover met jou. Daarom wil ik je het volgende vragen: ga asjeblieft door, lieve Greta. Blijf ons met onze neuzen op de feiten drukken en blijf van ons eisen dat we onze verantwoordelijkheid nemen. En laat ondertussen die zure oude mannen maar lullen. Mij ook.

Valkenswaard heeft wat Eindhoven mist

Valkenswaard heeft wat Eindhoven mist

Vooropgesteld: ik heb helemaal niks tegen Eindhoven. Sterker nog, ik heb er jarenlang met veel plezier gewoond en ik kom er nog steeds graag. En toch heeft mijn huidige woonplaats Valkenswaard iets wat Eindhoven mist. Ik ga het uitleggen.

Ik schrijf af en toe teksten voor liedjes, gewoon voor de lol. Toen ik van de week voor het slapen gaan een laatste sigaretje rookte, op de stoep onder een wolkeloze sterrenhemel, kwam het idee in me op om een loflied op Valkenswaard te gaan schrijven. Nou ben ik wel tekstschrijver, maar absoluut geen componist. Daarom zoek ik meestal een bestaande melodie, waar ik dan een nieuwe tekst op schrijf. Al snel kwam ik achter een groot voordeel van de naam Valkenswaard: het metrum, het ritme komt overeen met ‘Amsterdam’ en ook met ‘De Jordaan’. Dat biedt natuurlijk enorm veel mogelijkheden. De melodieën zingen al rond in mijn hoofd: Geef mij maar Valkenswaard, Aan de Valkenswaardse grachten, Tulpen uit Valkenswaard, Bij ons in Valkenswaard, noem maar op.

Eindhoven heeft dat niet, die nadruk op de laatste lettergreep. Dat dat echt een gemis is wordt pijnlijk duidelijk in het populairste lied van de supporters van PSV. Zij verbasteren de naam van hun stad om de juiste klemtoon te krijgen: Eindhovuh, Eindhovuh, Eindhovuh… zouden ze beseffen dat hun stad daardoor lijkt op Amsterdam?

Overigens is het lied over Valkenswaard er nog niet. Maar het komt er wel. Tot nu toe heb ik dit:

Bij ons in Valkenswaard zing je van hela hola hoeladiejee
Bij ons in Valkenswaard zie je de jongens en de meiden dansend gaan (Hatsjee)
Bij ons in Valkenswaard waar de bloemen voor de ramen staan
En de Valkenswaardse humor nooit verloren gaat zolang de lepel in de brijpot staat

D-Day

D-Day

Op 6 juni jongstleden was het 75 jaar geleden dat de geallieerde invasie in Normandië begon, die uiteindelijk een einde aan de Tweede Wereldoorlog zou maken. Ik heb er weer veel beelden van bekeken. Jongens van 20, 21 jaar die vanaf een bootje wadend door het zeewater het strand proberen te bereiken, om vervolgens beschoten te worden door andere jongens van 20, 21 jaar. Oorlog is een smerig spel, het zou verboden moeten worden.

De beelden die ik zie doen me ieder jaar ook weer denken aan mijn vader. Die was 15 jaar oud toen de oorlog uitbrak. Op zijn 17-de riskeerde hij, waarschijnlijk of in ieder geval hopelijk onbewust, zijn leven door een bemanningslid van een neergestorte Britse bommenwerper, ook al een jongen van 21 jaar, achter op zijn fiets naar zijn dorp te brengen. Op zijn 19-de was er in zijn ouderlijk huis een topoverleg tijdens operatie Market Garden, waarbij onder anderen de Amerikaanse generaal Dempsey en de Britse veldmaarschalk Montgomery aanwezig waren. Toen de oorlog hier goed en wel voorbij was, was het zijn beurt: van 1947 tot 1950 nam hij als dienstplichtige deel aan de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië. 25 was hij, toen hij naar huis terugkeerde. Wat een jeugd, van je 15-de tot je 25-ste omgeven door oorlogsgeweld. Niet dagelijks natuurlijk, maar toch wel met grote regelmaat. Het zal een diepe indruk op hem gemaakt hebben, helaas vertelde hij er weinig over. Daarom steek ik maar ieder jaar op D-Day een denkbeeldige duim naar hem omhoog. Naar hem en naar al die jonge mannen die hun leven waagden en veel te vaak ook gaven voor ons.

Leef!

Leef!

Ik heb niet zo heel veel met André Hazes jr., maar met de strekking van zijn hit ‘Leef!’ ben ik het wel roerend eens. Ik vergelijk het leven weleens met een bloedhete zomerdag op het strand.

Je ziet het kinderen, en sommige volwassenen ook, dan vaak doen: ze willen de zee in om te spelen of om af te koelen en rennen dan door het zand richting de branding, vast van plan om met een ferme duik het ruime sop te kiezen. Tot ze daadwerkelijk het water bereiken. Zo gauw hun tenen het toch wel frisse zeewater beroeren vermindert hun vaart, wordt hun looppas en dribbelpasje en staan ze uiteindelijk stil, zich afvragend waar ze in hemelsnaam aan begonnen zijn.

Leven kun je volgens mij vergelijken met dat rennen naar de zee. Onbezorgd op weg zijn naar het onbekende. Maar naarmate je ouder wordt, dichter bij de zee komt dus, neemt de twijfel toe. Ben je eigenlijk wel goed bezig, zou het niet wat voorzichtiger, wat kalmer aan, of wat gezonder moeten allemaal? Ik merk het soms ook aan mezelf, maar ik troost me dan met de gedachte dat het zeewater ook best wel lekker is, als je er eenmaal doorheen bent. Daarom is mijn devies, net als dat van André Hazes: Leef!

Fakenieuws (2)

Fakenieuws (2)

Had ik het al eens over fakenieuws gehad? Ik geloof het wel, maar deze drie berichtjes wil ik jullie niet onthouden:

Uit de Prawda van 1 april 2008: “Russische archeologen hebben bij opgravingen op een diepte van 10 meter restanten van koperdraden gevonden, die naar schatting 1000 jaar oud zijn. Wetenschappers concluderen hieruit dat de Russen 1000 jaar geleden reeds beschikten over een kopernetwerk”.

Op 13 april 2008 stond in de New York Times: “Na de Russische ontdekking van een 1000 jaar oud kopernetwerk heeft ook in de Verenigde Staten diepgravend bodemonderzoek plaatsgevonden. Op een diepte van 20 meter zijn daarbij resten van glasvezelkabels aangetroffen. Daaruit moet volgens Amerikaanse geleerden de conclusie getrokken worden dat men in Amerika al 2000 jaar geleden beschikte over een geavanceerd digitaal glasvezelnetwerk. En dat terwijl de Russen 1000 jaar later nog aanmodderden met hun koperen leidingen”.

Nog geen week later verscheen er een bericht in het Eindhovens Dagblad. De tekst daarvan luidde: “Bij opgravingen tussen Eindhoven en Aalst hebben onderzoekers op 50 meter diepte helemaal niets gevonden. Wetenschappers van de Eindhovense TU concluderen hieruit, dat men in Eindhoven 5000 jaar geleden al beschikte over een draadloos netwerk”.

Smac

Smac

Het is een bron van ergernis voor iedere bezitter van een mailbox: spam. Ongewenste e-mails van duistere bedrijven die ongevraagd van alles en nog wat aanbieden. Wist je trouwens dat het woord ‘spam’ ontleend is aan een sketch van Monty Python? Spam is Engels voor Smac, dat geleiachtige vlees in blik waarvan het sleuteltje altijd afbrak als je het open wilde maken. In die sketch gaan Mr en Mrs Bun eten in een restaurant waar alle gerechten spam bevatten: egg and spam, egg bacon and spam, spam bacon saucage and spam, lobster thermidor aux crevettes with mornay sauce garnished with truffle pâté brandy and a fried egg on top and spam. Maar Mrs Bun lust helemaal geen spam en op een gegeven moment zegt ze dan ook: ‘but I don’t want any spam!’. In Nederland zouden we ongewenste email dus eigenlijk smac moeten noemen.

Maar terug naar die e-mails. Soms zijn ze ook wel amusant. Of ik mijn personeel wil voorzien van de beste koffie? Of ik mijn klanten wil verwennen met een gepersonaliseerde geurbox? Of ik mijn gebouwen, goederen en personeel wil beschermen tegen inbraak, overvallen en vandalisme? Nee, nee en nee. Echt grappig wordt het als de verzender in de aanhef van zijn bericht een gemoedelijke toon aanslaat, alsof hij je al jaren kent. “Goede morgen Antonius” las ik laatst. Duidelijk een bericht van iemand die mijn gegevens van de Kamer van Koophandel had. Nog zo’n grappige: “Beste Laar, lang niet gezien!”. Zeg maar gerust, nog nooit gezien. Deze Engelstalige vond ik de allerleukste: “Hi info, my friend, how are you?”. Smac.

Zweepslag

Zweepslag

Tot die fatale zaterdagmiddag in oktober leefde ik in de illusie te beschikken over de eeuwige jeugd. Nu weet ik beter: mannen van zestig moeten niet meer slootjespringen. Het was een onbezonnen en geheel overbodige actie. Om twintig meter omlopen te voorkomen besloot ik over het slootje te springen waarop het doodlopende paadje uitkwam dat we tijdens het uitlaten van de hond waren ingeslagen. Ik schatte de afstand in, zag in mijn verbeelding de beelden terug van Bob Beamon tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico en zette stevig af tegen de oever van de sloot. Ik belandde veilig aan de overkant, maar bij het neerkomen voelde ik het meteen: er scheurde iets in mijn kuit. Voor ik goed en wel weer op twee voeten stond had me al drie keer voor mijn hoofd geslagen. Wat een stommiteit had ik begaan.

’s Maandags bevestigde de huisarts wat ik eigenlijk al wist. Het was een zweepslag in de kuit, een gescheurde spier dus. Eenmaal thuis kwam, terwijl ik onderuitgezakt op de bank zat met mijn been omhoog, al snel weer de schrijver in me naar boven. Wat een vreemd woord eigenlijk, zweepslag. Hoe zouden ze aan die naam gekomen zijn? Voor alle zekerheid raadpleegde ik het alwetende Google, wat een herkenbare beschrijving van de kwetsuur opleverde en een verklaring voor de benaming. Het scheuren van een spier voelt alsof er iemand met een zweep tegen je kuit slaat, vandaar zweepslag. Maar wanneer wordt er nou iemand met een zweep tegen zijn kuit geslagen? Komt de naam uit de sm-wereld, waar een strenge meesteres zich botviert op een slaafje? Of komt hij van vroeger, uit ons slavernij verleden? Is hij misschien afkomstig uit de paardensport, van een onhandige ruiter die zijn luie paard wil aansporen en daarbij per ongeluk zichzelf slaag verkoopt? Ik weet het niet. Ik hoef het eigenlijk ook niet te weten. Voorlopig is het voor mij voldoende om te weten dat mannen van zestig geen slootje meer moeten springen.

Jozef van den Oever

Het was een warme zondagmiddag in Juni. Met mijn broer en zus, aanhang en kinderen en hun aanhang en kinderen hadden we afgesproken om ter ere van ons moeder het glas te heffen op het terras van het café in het centrum van het dorp van onze jeugd. Het is vreemd als je daar zit, terwijl je al veertig jaar ergens anders woont. Je kent er bijna niemand meer. Iedereen van rond de zestig zou zomaar een oud-klasgenoot kunnen zijn van de bewaarschool of de lagere school.

We groetten wat vage bekenden en kennissen van ons moeder, die we weleens op verjaardagen waren tegengekomen. Genietend van de zon en het onvermijdelijke bier zaten we gezellig te keuvelen op het terras, toen er plotseling een wat verfomfaaid hoofd uit het openstaande raam van het café tevoorschijn kwam. Het hoofd hoorde bij een man, die mijn broer uit het niets rechtstreeks aansprak. “Gij bent unne skonne mens. Gij bent zo heulemoal oew eige, da wo’k efkes zegge. Gij bent de skonste mens van heul ’t terras hier”. Het laat zich raden dat mijn broer aangenaam verrast was door deze plotselinge interventie.

De man bleek Jozef van den Oever te zijn. Mijn zus, die nog steeds in het dorp woont, kende hem en hij had een reputatie. Jozef van den Oever leefde in de veronderstelling dat hij ‘dingen’ zag. Soms klampte hij een willekeurige vrouw aan bij de groenteboer, met de mededeling dat ze naar de dokter moest gaan omdat hij zag dat ze kanker had. Dan was de interventie op het terras toch van een aangenamere soort. De dag van mijn broer kon niet meer stuk, zelfs niet toen hij de achtergrond vernam en besefte dat opmerkingen van Jozef van den Oever met een flink aantal korrels zout genomen moesten worden. En ook wij hebben gelachen.

Jozef van den Oever heet in het echt niet zo. Hij heet eigenlijk Janus Quekel, maar ik heb zijn naam gewijzigd in verband met zijn privacy. Mijn broer is wel mijn broer en mijn zus is mijn zus.

Een gevoelige snaar

Voor een tekstschrijver is een van de manieren om aan opdrachten te komen het reageren op aanvragen die via diverse websites gepubliceerd worden. Soms kom je heel interessante vragen tegen. Deze bijvoorbeeld:

Beste freelancers,

Ik ben een ondernemer met een groot aantal investeerders in mijn onderneming. Tot mijn grote verdriet en teleurstelling krijg ik de onderneming niet in de lucht en we moeten daarom noodgedwongen stoppen. Daarbij verliezen alle investeerders hun geld, oplopend tot soms hoge bedragen en dat is erg pijnlijk.

Ik zoek iemand die voor mij een gedicht kan maken om de investeerders te danken voor hun vertrouwen in mij als ondernemer. En dat ik er alles aan heb gedaan, maar het gewoon niet lukt. Ik denk dat het gedicht moet rijmen, poëtisch en beeldend moet zijn, in staat zijn een gevoelige snaar te raken en mag/kan denk ik iets van 20 (?) regels zijn. Het gedicht zou bij voorkeur as. vrijdag klaar moeten zijn, omdat er dan een brief van de advocaat wordt rondgestuurd. Ik wil het gedicht daarbij doen.

Graag zie ik je reactie tegemoet, mocht je meer vragen hebben dan horen wij dit graag.

Als ik een investeerder was die net een smak geld is kwijtgeraakt, dan zou bij mij inderdaad een gevoelige snaar geraakt worden als ik dan in dichtvorm bedankt zou worden voor mijn centen. Ik heb het gevraagde gedicht toch maar gemaakt:

 

Ik wil naar u mijn dank graag uiten

Hoewel u naar uw geld kunt fluiten

Mijn bedrijf ging stuk aan drank en vrouwen

Toch dank ik u, voor uw vertrouwen

Ik kan u zeggen dat ik genoot

Van de kans die u mij bood

Dat ik nu noodgedwongen stop

Heeft als reden: de drank is op

En alle vrouwen zijn gevlucht

Want ik kreeg mijn zaak niet in de lucht

 

Waarom ik de opdracht niet gekregen heb is mij een raadsel.

Elke dag is het wel een dag

Pasen, Pinksteren, Kerstmis, Nieuwjaar, feestdagen zijn er genoeg. En als het geen feestdag is, dan is er altijd wel iemand of een organisatie die er een dag van maakt. Zo hebben we Secretaressedag, de Dag van de Arbeid, noem ze allemaal maar op. Elke dag is het wel een dag.

21 april, het kan je bijna niet ontgaan zijn, was het wereldvismigratiedag. Op de radio was een interview te horen met de ‘Director of Strategy and Developement’ van de World Fish Migration Foundation, de Nederlander Herman Wanningen. Hij had het over het motto van de World Fish Migration Foundation: Connecting Fish, Rivers and People. Ik probeerde er in gedachten een voorstelling van te maken, maar ik kwam niet verder dan een groepje mannen in maatpak die in een peperduur kantoorpand zich de naad uit hun broek zaten te lachen om al dat subsidiegeld dat ze te besteden hadden. Ik zag ook goedwillende vrijwilligers met schepnetjes stekelbaarsjes uit een sloot vissen, om ze met gevaar voor eigen leven naar een andere sloot, aan de overkant van een provinciale weg te brengen. Ik besefte, mijn gedachten overdenkend, dat het treurig gesteld met mijn vertrouwen in de mensheid. Was het maar morgen dacht ik, 22 april: de Dag van de Aarde. Daar moet toch iets positiefs over te schrijven zijn.

Later die dag heb ik toch nog mijn bijdrage aan wereldvismigratiedag geleverd. Ik verhuisde een lekkerbekje en een pond kibbeling (met saus) van de viskraam op de Markt naar ons thuis. De wroeging die ik had over mijn negatieve gedachten werd hiermee gestild. Mijn honger trouwens.