Als tekstschrijver krijg je soms vreemde telefoontjes. Laatst werd ik gebeld door een meneer De Boer (ik zal zijn echte naam niet gebruiken, de reden daarvoor wordt hieronder wel duidelijk).

“Tekstbureau Ton van de Laar, goedemorgen.”

“Goedemorgen, met De Boer. U bent tekstschrijver?”

“Dat klopt. Waarmee kan ik u van dienst zijn?”

“Ik heb een nieuwe website nodig en nou raadde iemand mij aan om een Lorem ipsum website te laten maken. Kunt u daar de tekst voor schrijven?”

“Voor een Lorem ipsum website?”

“Ja.”

“En wat moet daar dan voor tekst voor geschreven worden, meneer De Boer?”

“Weet ik niet. Wat er meestal op een Lorem ipsum website staat. Ik heb geen idee, u bent de tekstschrijver toch?”

“Eh ja, maar op een Lorem ipsum website staat alleen maar een stukje Latijnse tekst dat steeds herhaald wordt, als voorbeeld van hoe de website er met tekst uit komt te zien.”

“En u kunt geen Latijn?”

“Ik heb menig leraar op de middelbare school tot wanhoop gedreven, maar niemand zo erg als meneer Sanders van Latijn.”

“Dan zal ik iemand anders moeten zoeken. Goeiedag.”

Voor ik kon reageren lag de hoorn op de haak. Och, je kunt niet iedereen gelukkig maken. Ik hoop dat meneer De Boer nog een goede Latijnse tekstschrijver heeft kunnen vinden.

Mijn gedachten dwarrelden na dit gesprek terug naar mijn middelbareschooltijd. Naar de zorgeloze nutteloosheid van de lessen Latijn, waar meneer Sanders probeerde mij bij te brengen hoe het zat met de genitivus, dativus, ablativus en nog meer van die tivus-zooi. Het is de mooiste tijd van je leven, zeiden mijn ouders als ik weer eens geen zin had om naar school te gaan. Dat klopt niet helemaal, maar ik snap nu wel wat ze bedoelden. Het leven draaide om grappen, elke dag viel er wel wat te lachen. Zoals die keer dat ik meneer Sanders de kast op kreeg toen we mythische paarden moesten opnoemen. Hij was blij verrast toen hij Pegasus, de Centaur en het Ros Beiaard hoorde noemen. Minder blij leek hij met mijn bijdrage: Polly. Hij kwam voor me staan, wijdbeens, zijn sigaar in zijn hand en keek me streng aan. Zijn pretogen verraadden dat ik me geen zorgen hoefde te maken.